De boom in

“Het bouwen van mijn boomhut” Uitgangspunt was een knotwilg. Ik ben begonnen met sjorren en trekken om van de takken een bol te vormen. Dikke takken eruit gezaagd en daarvan een trapje gemaakt. Van de overige stammen de bast ontdaan en daarmee gevlochten. De kruin kreeg zo zijn bollen ronde vorm. Daarin een nest gemaakt van hooi. Onder een dekbed van bladeren, een nacht in mijn “nest” geslapen. Takken die tijdens de zomer aangroeiden opnieuw ingevlochten. Zo groeide de boomhut steeds dichter, voller en boller. De knotwilg tot leiboom gemaakt. Een levende hut en toch onverstoord. In plaats van snoeien, nieuwe takken invlechten. Takken zijn niet langer meer om manden van te vlechten dijken te bouwen. Maar gebruiken om ons eigen “grote mensen nest” te bouwen. Functioneel als hut,  uitkijktoren of speelplek. In het platteland als”haagcamping”.

‘De boom in’  

Zo vrij als een vogel, hoog, zittend op zijn nest, zo bouwde ik mijn stek in een knotwilg. Vlocht van de bast mijn nest en door de takken te buigen een de omhulling. Van stevige takken een trap gemaakt. Een bed van hooi. Een ‘bladerdeken’. Daarin, daarop en daaronder me een nacht  genesteld’, en dit op film vastgelegd. Daarna weer uitgevlogen.  Eindexamenwerk aan de Design Academy Eindhoeven